Een naderende apocalyps. Je zou kunnen zeggen dat de naderende ondergang centraal staat het in filmwerk van de Hongaarse filmmaker Béla Tarr. Zijn films spelen zich veelal af op een regenachtig Hongaars platteland, in een laat- of postcommunistische samenleving, of in een niet nader gedefinieerd heden of verleden. We weten het niet. De personages zijn verlopen, arm, vermoeid. Ze wachten. Ze lopen, kilometers. Ze vluchten, van zichzelf, voor anderen, of voor de wereld. Het regent constant. Het waait. Overal is modder of sneeuw. De mensen zijn dronken, ze dansen, en proberen het leven het hoofd te bieden. Totdat ook dat niet meer kan. Totdat het dorp is weggewaaid, of totdat de komst van een reusachtige walvis als kermisattractie het dorp onderdompelt in chaos en vernielzucht. Totdat de ondergang komt.

Na The Turin Horse (2011) besloot Tarr te stoppen met het maken van films. Hij had naar eigen zeggen alles gezegd wat hij wilde zeggen. Speciaal voor de tentoonstelling Till the End of the World, die tot 7 mei 2017 in Filmmuseum EYE in Amsterdam te zien is, maakte Tarr nog één scène: een klein jongetje dat speelt op een accordeon in een anoniem winkelcentrum. Aanleiding voor de tentoonstelling is Tarrs woede op de Europese reactie op de vluchtelingencrisis, met name de reactie in zijn thuisland Hongarije dat als eerste een enorm hek opwierp. Till the End of the World biedt met behulp van rekwisieten, nieuwsbeelden en vooral fragmenten uit Tarrs eigen films, een blik op de vluchtelingencrisis en op de vergeten mensen uit de samenleving.

De tentoonstelling begint met een hek, een hoog hek met prikkeldraad net zoals er nu staat op de grens van Servië en Hongarije. Op een videoscherm zien we beelden van een gebombardeerde stad en mensen die vluchten voor vernieling en dood. In de tweede zaal staat een boom te schudden in de wind, eenzaam en desolaat; een beeld dat verwijst naar Tarrs The Turin Horse. Zo betreedt de tentoonstelling het universum van Tarr, het vervolg is voornamelijk gevuld met fragmenten uit zijn films. Een eindeloze rij wachtende mensen voor het loket van een gaarkeuken. Allemaal krijgen ze twee broodjes en een kop drinken. Of de optocht van boze mannen uit Werckmeister harmóniák, uit op destructie. En een nachtelijke dansscène van dronken cafébezoekers. Er wordt niet of nauwelijks gepraat. Mensen wachten, lopen of dansen.

Drie fragmenten vallen speciaal op. De scène uit Sátántangó waarin de kleine Esti eindeloos lang door de regen, door de nacht en de dag loopt. Onder haar arm heeft ze haar kat, die ze eerder zelf heeft gedood. In haar ogen zien we verstomming en een oneindige triestheid. De tweede is een scène uit The Turin Horse, waarin een buurman een fles palinká komt halen bij de vader en dochter die centraal staan in de film. Dronken oreert hij over de nadere ondergang van de wereld. Een ondergang die de mensheid over zichzelf heeft afgeroepen. Wij mensen denken maar dat de wereld een eindeloze kringloop van hetzelfde is, en als dat beeld dan doorbroken wordt zijn we pas echt in de problemen. De laatste is de al genoemde scène van de accordeon spelende jongen, Muhamed: elf minuten lang kijken we naar zijn gezicht terwijl de camera langzaam in- en weer uitzoomt. Met hem kijken we vragend de wereld in, naar een onzekere toekomst.

De tentoonstelling biedt een filosofische blik op onze huidige samenleving, die meer vragen opwerpt dan heldere antwoorden biedt. De kern ligt in de vraag wat we doen wanneer we geconfronteerd worden met het onbekende, hoe we reageren wanneer onze veilige werkelijkheid ineens op losse schroeven komt te staan? Wat doen we wanneer de wereld zoals we die kennen niet meer bestaat? Tarr biedt geen pasklaar antwoord op die vragen, maar als zijn films en deze tentoonstelling iets duidelijk maken is het dat het medeleven en respect van de waardigheid van alle mensen het beginpunt van alle mogelijke antwoorden moet zijn.

Tarrs wereldbeeld is bepaald niet optimistisch te noemen. Al zijn films zijn opgenomen in lange shots, in grijstinten. Sátántangó duurt zeven uur, en begint met een shot van tien minuten van koeien die een stal uitlopen. De tijd vloeit langzaam weg, niet zelden in een cirkel. Voor de personages lijkt er maar al te vaak geen ontsnapping mogelijk te zijn uit de grauwe werkelijkheid. Lethargie en apathie vieren hoogtij. De wint blijft waaien, de regen blijft vallen, destructie loert om iedere hoek. Toch zijn Tarrs films – en de tentoonstelling – geen pikzwarte apocalyptische ondergangsvisioenen. Daarvoor zijn ze te mooi, en gek genoeg ook te hoopvol. In elke ondergang loert immers ook ergens de hoop. Al is die nog zo klein.

Als perfect voorbeeld daarvan – tot slot – kan de openingsscène van Werckmeister harmóniák dienen, die ook op de tentoonstelling te zien is. Hoofdrolspeler János Valuska, de plaatselijke postbode, is gefascineerd door de orde van het heelal. Op verzoek van de dronken kroegbezoekers voert hij bij sluitingstijd van het café nog eens zijn bekende ‘toneelstuk’ op, waarin hij de orde van de kosmos uiteenzet. Eén stamgast is de zon, daaromheen draaien twee anderen als de aarde en de maan. Maar dan, plotseling: een zonsverduistering! Valuska zet de dans stil:

“And at the next moment… the next moment, say that it’s around one in the afternoon, a most dramatic turn of events occurs. At that moment… the air suddenly turns cold. Can you feel it? The sky darkens and then goes all dark. The dogs howl, rabbits hunch down, the deer run in panic, run, stampede in fright. And in this awful, incomprehensible dusk even the birds… the birds too are confused and go to roost. And then… complete silence. Everything that lives is still. Are the hills going to march off? Will Heaven fall upon us? Will the Earth open under us? We don’t know. We don’t know, for a total eclipse has come upon us.

But no need to fear, it’s not over. For across the Sun’s glowing sphere slowly the Moon swims away. And the Sun once again bursts forth and to the Earth slowly there comes light again, and warmth again floods the Earth. Deep emotion pierces everyone. They have escaped the weight of darkness.”

Béla Tarr – Till the End of the World is nog tot 7 mei 2017 te zien in Filmmuseum EYE in Amsterdam. Meer informatie is te vinden op de website van EYE.