Protest en muziek gaan goed hand in hand. In het verlengde van het schreeuwen van leuzen tijdens protestmarsen is de protestzanger met zijn gitaar op het podium een welkome kritische noot. De afgelopen weken, sinds de Verenigde Staten een nieuwe president hebben, hebben we veelvuldig protest gezien. De women’s marches, protesten op verschillende luchthavens in de VS en in de rest van de wereld tegen het intussen weer opgeschorte inreisverbod voor mensen uit Somalië, Sudan, Libië, Jemen, Syrië, Irak en Iran; de noodzaak van verzet is opnieuw aan de orde van de dag.

In de Nederlandse muziekgeschiedenis is er een bekend protestnummer, waarvan minstens de titel opnieuw hoogst actueel is:

Het is 1966 wanneer Boudewijn de Groot “Welterusten Meneer de President” zingt (de tekst is van Lennaert Nijgh). Hij protesteert in het nummer tegen de Amerikaanse bemoeienissen in de Vietnamoorlog, die op dat moment al 11 jaar aan de gang is en nog tot 1975 zou duren. In 1954 werd Vietnam, na een oorlog die al sinds 1946 woedde, opgedeeld in Noord en Zuid. Het Noorden richtte een communistische staat op, het Zuiden oriënteerde zich op het Westen. Al snel waren de twee Vietnams in oorlog. Het zal niet verbazen dat in deze tijd, de Koude Oorlog, de Amerikanen Zuid-Vietnam steunde met militairen en materieel.

Wereldwijd ontstonden er protesten tegen deze Amerikaanse bemoeienis met de oorlog in Vietnam. Boudewijn de Groot deed zijn duit in het zakje met “Welterusten Meneer de President”. Hij beklaagt hoe de Amerikaanse president (op dat moment Johnson) rustig slaapt terwijl in Vietnam soldaten sterven en vele burgers worden vermoord. Hij bekritiseert het gebruik van geweld om vrede te bereiken:

Droom maar van de overwinning en de zege,
droom maar van uw mooie vredesideaal
dat nog nooit door bloedig moorden is verkregen,
droom maar dat het u wel lukken zal dit maal.

Onder Johnson werd het aantal militairen alleen maar opgevoerd, de protesten tegen het Amerikaanse geweld in Vietnam namen toe en het was pas onder president Nixon (1969) dat de militairen langzaam werden teruggetrokken.

Nu heeft “Welterusten Meneer de President” niet direct een link met vluchte(linge)n: met geen woord wordt er over de vlucht voor het geweld in Vietnam gerept. Niet heel gek, want grote groepen vluchtelingen verlieten Vietnam ook pas ná de oorlog, met name in 1978-1979 en zij zijn de geschiedenis ingegaan als de boat people, omdat zij veiligheid probeerden te bereiken op krakkemikkige bootjes op de oceaan – een beeld dat helaas al jaren een echo vindt in de vlucht van mensen op de Middellandse Zee. Toch is het nummer het waard om hier in herinnering te worden geroepen, om de titel, en om een cover van Claudia de Breij uit 2011:

Meneer de Minister” (2011) gaat onder andere over de beslissing van toenmalig minister van Immigratie en Asiel, Gerd Leers, om de Angolese jongen Mauro geen verblijfsvergunning te geven. Mauro, de jongen van de iconische traan, was als kind vanuit Angola naar Nederland gekomen, hij werd opgevangen maar kreeg geen verblijfsvergunning, en toen hij 18 werd dreigde hij te worden uitgezet. Nationale verontwaardiging en een debat in de kamer waren het gevolg. Uiteindelijk werd bij uitzondering een studievisum aan Mauro verstrekt, waardoor hij niet hoefde te worden gedeporteerd.

De Breij zingt echter niet alleen over Mauro, het gaat juist om het bredere probleem hoe vluchtelingen in Nederland worden behandeld, hoe de regels blindelings worden gevolgd en mensen zo door gaten vallen die elke menselijkheid verloren hebben:

Droom maar lekker rustig van de regels,
aan de uitzondering wordt maar niet gedacht,
want daaraan zie je pas de wreedheid,
Meneer de minister, slaap zacht.

Maar het gaat ook om het wel of niet gezien worden. Om de vluchtelingen met een gezicht en een naam, die schril afsteken tegen de mensen die anoniem opgesloten zitten en worden gedeporteerd:

als Sahar of als Mauro een gezicht heeft,
zonder ooit te denken er zijn er meer,
Die naamloos van Schiphol zullen vertrekken,
die we niet kennen van gezicht en verhaal,
die we zonder centje pijn laten verrekken,
als we ze niet hebben gezien op het journaal.

Het is pijnlijk om te beseffen hoe nu, zes jaar later, de beelden van verrekkende, bevriezende mensen aan de grenzen van Europa niet meer uit het nieuws weg te denken zijn. En hoe deze mensen toch zonder centje pijn aan hun lot worden overgelaten. Hoe Nederland en andere Europese landen slechts mondjesmaat mensen veiligheid bieden in de leegstaande asielzoekerscentra, en de meeste mensen laten verrekken, alsof hun leven niets waard is. Je vraagt je af hoe de ministers, premiers en presidenten zacht kunnen slapen.

Niet alleen in Amerika is er genoeg om tegen te protesteren, juist ook in Europa is de menselijkheid ver te zoeken. Het protest lijkt de muziek nog niet uitgebreid te hebben bereikt, maar dat kan toch niet lang meer duren?