Een man verlaat huis en haard om in een ver buitenland te gaan werken. Hij kent daar niemand, spreekt de taal niet en wordt vanwege zijn herkomst vaak gezien als tweederangsburger. Het werk dat hij zal gaan verrichten is zware lichamelijke arbeid, niet zelden gevaarlijk en bovendien onderbetaald. Het is werk dat de lokale bevolking niet wil doen. Hij slaapt met met meerdere lotgenoten in een barak, of in een klein flatje. Vrije tijd heeft hij nauwelijks, en hoe hij die moet invullen in het vreemde land weet hij niet. Het geld dat hij verdient stuurt hij terug zijn familie, in de hoop er ooit een huis mee te kunnen bouwen of een winkeltje mee te beginnen. Jaarlijks keert hij een maand terug naar huis, in de hoop ooit voorgoed terug te kunnen komen. Ondertussen kan hij slechts dromen – en werken, heel hard werken. Het is de ervaring van menig arbeidsmigrant. Waarom doet iemand zoiets? Doorgaan met het lezen van “A Seventh Man”

Advertenties