In 1944 ontvluchtte Jonas Mekas (1922) met zijn broer Litouwen, werd echter opgepakt door de Duitsers en gedetineerd in een werkkamp in de buurt van Hamburg. Na de oorlog kwam hij terecht in een kamp voor displaced persons, studeerde enige jaren in Duitsland alvorens eind jaren ‘40 naar de Verenigde Staten te emigreren. Daar werd hij bekend als avant-garde filmmaker en dichter. In 1971 keerde hij na 25 jaar voor het eerst terug naar zijn geboortedorp in Litouwen en maakte daarover de film Reminiscences of a Journey to Lithuania (1972). Centraal in de film staat de ervaring van de displaced person die Mekas zich ook na twintig jaar in de Verenigde Staten nog steeds voelt te zijn. Wat betekent het om je thuis te verliezen? En is thuis een plaats in de werkelijkheid of slechts in de verbeelding?

De film bestaat uit opnamen die Mekas maakte met een eenvoudige videorecorder; de beelden zijn vaak schokkerig, de cuts zijn abrupt en er wordt naar hartenlust in- en uitgezoomd. Het geheel heeft zo wel wat weg van privéopnamen voor een homevideo, en is daarmee ook een film die je eerder in een museum zou tegenkomen dan in een bioscoopzaal. Maar die omschrijving doet de film tekort, want Mekas probeert wel degelijk meer op de kijker over te brengen dan een blik in zijn privéleven. Dat wordt vooral duidelijk middels Mekas’ commentaar op de beelden, dat wordt afgewisseld met muziekfragmenten. Op enkele uitzonderingen na is het geluid dat we horen nergens gelijktijdig met de beelden die we zijn: het commentaar legt uit, herinnert of vertelt. Zo ontstaan er in de film verschillende tijden naast elkaar die elkaar aanvullen of contrasteren. Dat wordt nog verstrekt door de driedelige structuur van de film: een episode begin jaren ‘50 in Brooklyn, kort nadat Mekas in de VS aankwam; een tweede episode is een reis die hij samen met zijn broer maakte in Augustus 1971 naar zijn geboortedorp in Litouwen; en tenslotte de reis naar Hamburg en Wenen die daarop volgde.

In het eerste deel toont Mekas zijn leven in Brooklyn, New York: alledaagse straatbeelden afgewisseld met picknicks met andere immigranten waarop wordt gepraat en gezongen. Het ziet er vrolijk uit, maar al snel wordt duidelijk dat het nieuwe thuisland niet zomaar ook een nieuw thuis is geworden. Dat thuis is nog steeds daarginds, achtergebleven, zo stelt Mekas ook in zijn voice-over: “the minute we left, we started going home … I am still going home. We loved you, New World, but you did lousy things to us.”

Het tweede en langste deel is getiteld ‘100 Glimpses of Lithuania’ en bestaat uit iets meer dan 90 genummerde fragmenten opgenomen in Semeniškiai, Mekas’ geboortedorp in Litouwen (in 1971 nog onderdeel van de Sovjet-Unie). We zien beelden van een simpel plattelandsleven, bijna antiquarische agrarische machines, het weerzien met Mekas’ moeder (geboortejaar 1887) na 25 jaar. Er is blijdschap, er wordt veel gezongen, er zijn olijke boerderijdieren, maar er is ook, overal, armoede.

De realiteit die Mekas toont is een geconstrueerde realiteit, een poging een verloren verleden te vatten in beelden opgenomen in het hier en nu, in beelden van een familie en vrienden die gelukkig zijn elkaar na zoveel jaar weer opnieuw te zien. Maar Mekas is zich daar ook van bewust: “Oh, these personal ramblings. Of course you would like to know something of the social realities. How is the life going there in the Soviet Lithuania? But what do I know about this? I am a displaced person on my way home, […] retracing bits of past, looking for some recognizable traces of my past. The time in Semeniškiai remained suspended for me until my return. Now, slowly, it is beginning to move again.”

Een manier om dat verleden weer in beweging te krijgen zien we wanneer Mekas en zijn broer gras maaien met een zeis, ook al weten ze dat dat al tijden niet meer zo gebeurt. Maar: “Het was echt genoeg, als herinnering,” zegt hij daarover. Ook sommige vrienden bestaan in de werkelijkheid niet meer en hun gezichten zijn in de tijd stil blijven staan. Mekas’ reis naar huis wordt zo steeds meer een reis in het verleden, naar een thuis dat alleen nog maar in de herinnering bestaat.

In het laatste deel van de film zien we Mekas in Hamburg, op de plek waar eens het werkkamp stond waar hij was gedetineerd, en in Wenen, waar hij als student naartoe op weg was toen hij werd opgepakt. Ook hier wordt het verleden slechts toegankelijk gemaakt middels het heden, zoals wanneer Mekas haast laconiek opmerkt bij beelden van rennende en spelende kinderen dat hij hier ook ooit rende, maar wel toen hij op de vlucht was en voor zijn leven vreesde. De episode in Wenen lijkt voor Mekas de mogelijkheid van een leven dat er niet is gekomen te verbeelden. We zien hem terwijl hij een klooster bezoekt en eet en drinkt met vrienden. Langzaam ontstaat er weer iets van een geloof in de onverwoestbaarheid van de menselijke geest, zo zegt hij in de voice-over. Toch, ook dit comfort blijkt slechts tijdelijk: de laatste beelden van de film tonen de brand in een oude fruitmarkt, die – zo speculeert Mekas – plaats moest maken voor nieuwbouw. Opnieuw blijkt het verleden niet te behouden.

Reminiscences of a Journey to Lithuania vertelt het verhaal van een zoektocht naar een thuis. Wat is een thuis, en misschien nog wel belangrijker, waar is thuis? Voor Mekas is thuis niet de plek waarnaartoe hij is geëmigreerd, omdat het verlangen naar de plek vanwaar hij is gevlucht te groot is. Maar evenmin kan díe plek een thuis zijn, simpelweg omdat die plek niet meer bestaat gezien het verloop van de tijd. Het thuis bestaat zo alleen in nog maar in de herinnering en mogelijk in de enscenering van die herinnering en de verbeelding. Reminiscences is daarmee een film die krachtig articuleert wat inherent is aan elke vlucht: het verlies van een thuis.

Jonas Mekas. Reminiscences of a Journey to Lithuania. 1972. 82 minuten.

Fragment: