Het is 1982: een enorm ruimteschip verschijnt in de lucht boven Johannesburg, Zuid Afrika. Niets gebeurt. Na drie maanden besluit men vanuit de aarde het schip binnen te gaan. Aan boord bevinden zich buitenaardse wezens die het best te omschrijven zijn als kruisingen tussen mens en garnaal – ‘prawns’ heten ze in de rest van het verhaal. De wezens zijn ondervoed en ziek. Daarom wordt besloten de wezens van het schip te halen en ze naar een tijdelijk opvangkamp op de aarde te brengen, ook al zijn het er heel veel. Al snel worden er muren om het kamp gebouwd en verschijnen er militaire wachttorens. Een nieuwe sloppenwijk is geboren: District 9. Dat is het uitgangspunt van de film District 9 (2009) van de Zuid-Afrikaanse regisseur Neill Blomkamp. Centrale vraag in de film is: wat doet de mens met miljoenen hulpbehoevende vreemdelingen die uit het niets ineens voor de deur staan?

Waar het eerst de bedoeling was de aliens alleen noodhulp te bieden, moeten politici op televisie na enige tijd toegeven dat het er niet naar uitziet dat ze ooit weer zullen verdwijnen: “The aliens are here to stay”. Naarmate dat verblijf langer duurt worden de problemen groter, en het draagvlak onder de bevolking voor de voortdurende aanwezigheid van de vreemdelingen steeds kleiner. “If they were from another country we might understand. But they are not even from this planet at all” zegt een inwoner van Johannesburg. Meer en meer worden de aliens gesegregeerd, ze hebben geen enkele mogelijkheid te integreren in de menselijke samenleving. Op straat verschijnen borden: ‘no non-human loitering.’ Rellen breken uit. In District 9 wordt gehandeld in wapens, criminaliteit viert hoogtij. Een bende Nigerianen handelt in kattenvoedsel – door de prawns gezien als lekkernij – en verzorgt “interspecies prostitution”.

20 jaar later besluit de regering District 9 te ontruimen. 1,9 miljoen aliens moeten verplaatst worden naar District 10, “a better and safer location” zo’n 200 kilometer buiten Johannesburg. District 10 heeft veel weg van de vluchtelingenkampen die we tegenwoordig regelmatig op tv zien, maar het is bedoeling dat de mensen in Johannesburg weer veilig kunnen leven, als ze weten dat de aliens ver weg zijn. Voor de ontruiming wordt een private organisatie in hand genomen: MNU, Multinational United, een organisatie die toevallig ook wapenfabrikant is. De leiding over de ontruiming krijgt Wikus van de Merwe (Sharlto Copley) een wat sullige kantoorbediende van het departement voor Alien Affairs, het hoofdpersonage van de film. In een enorme, gemilitariseerde operatie moeten alle bewoners van District 9 met een 24-hour notice gepresenteerd worden. Wie niet luistert of onder dwang tekent loopt de kans neergeschoten te worden.

Gedurende de operatie wordt Wikus per ongeluk besproeid door een vloeistof die door drie aliens – Christopher Johnson, zijn zoontje en een vriend – is vervaardigd, en die ze hopen te kunnen gebruiken om hun gestrande ruimteschip – na 20 jaar – weer aan de praat te krijgen. Hoewel er in eerste instantie niet veel aan de hand lijkt duurt het niet lang of Wikus wordt opgenomen in het ziekenhuis. Aldaar blijkt zijn hand te zijn verworden tot een alien-klauw. Meteen wordt hij door MNU naar een andere locatie vervoerd en begint men experimenten met hem uit te voeren. Wikus weet wonder boven wonder te ontsnappen, maar is geheel op zichzelf aangewezen wanneer op televisie het verhaal wordt verspreid dat hij besmettelijk is omdat hij teveel seks met de aliens heeft gehad. Hij kan zich nog maar op één plek verbergen: District 9.

District 9 is op semi-documentaire wijze gefilmd, met interviews met enkele protagonisten en doorsneden met nieuwsberichten. Op die manier krijgen we verschillende standpunten over de komst van de vreemdelingen te horen: van – in het begin – medeleven en nieuwsgierigheid, tot – later – angst en haat. De verschillende geïnterviewden zouden zo uit huidige tv-programma’s geplukt kunnen zijn. Haarscherp weet de film op deze manier thema’s als segregatie en xenofobie weer te geven en een beeld te schetsen van een ‘invasie van een vreemdelingen’ zoals sommigen menen dat die nu, anno 2017, in Europa aan de gang is.

De omstandigheden waarin de aliens verblijven in District 9 zijn ontleend aan de werkelijkheid in Zuid-Afrika – er werd gefilmd in een township buiten Johannesburg – en doen in de verte denken aan de omstandigheden in Blikkiesdorp zoals Jonny Steinberg die omschreef in A Man of Good Hope: de constante dreiging van geweld waar de bewoners mee moeten leven vinden we ook daar terug. Op de achtergrond speelt natuurlijk ook de Zuid-Afrikaanse geschiedenis van de apartheid een rol: de titel van de film is een directe verwijzing naar het werkelijk bestaande District Six in Kaapstad, een relatief kosmopolitische wijk die in 1966 verklaard werd tot exclusief blank gebied. In 1968 werden daarom alle gekleurde en zwarte bewoners van de wijk ontruimd. Hoewel District 9 daarmee zijn wortels in het verleden heeft, zijn de parallellen met de tegenwoordige tijd – als gezegd – zeker niet van de lucht.

Een kanttekening bij de film is dat de tweede helft, waarin zowel Wikus als Christopher Johnson en zijn zoontje zoeken naar een weg terug naar huis, verzandt in nogal veel geschiet. De interessante thema’s en vragen die in het begin aangesneden worden verdwijnen zo wel erg naar de achtergrond. Ook de weergave van de groep Nigerianen is eenzijdig en niet zonder problemen: ze zijn gewelddadig, alleen uit op eigenbelang en bijgelovig (zo gelooft hun leider dat het eten van aliens hem sterker maakt). Toch blijft de film interessant, als is het maar vanwege de ontwikkeling die Wikus doormaakt: hoe meer hij in een alien verandert, hoe menselijker hij tegelijkertijd ook wordt. Al met al biedt District 9 daarmee een boeiende allegorie van onze huidige omgang met vreemdelingen.

Neill Blomkamp. District 9. 2009. 112 minuten.

Advertenties