We zien Ventura. Hij dwaalt door ondergrondse gangen – die van catacomben plots veranderen in een modern ziekenhuis – soms gekleed in een chique overhemd, soms slechts in een rode onderbroek. Hij dwaalt door oude fabriek en sleept een oude telefoon achter zich aan. En hij is in een lange scène opgesloten in een lift met een zwijgende soldaat die tegen hem praat zonder dat zijn lippen bewegen. Het zijn slechts enkele scènes uit Horse Money (Portugese titel: Cavalo Dinheiro, 2014) – na Colossal Youth (hier al eerder besproken) de tweede film van Pedro Costa waarin de figuur Ventura centraal staat – opnieuw een poëtische film over Kaapverdische immigranten in Lissabon.

Waar Colossal Youth nog enigszins gedragen werd door iets wat leek op een plot (man dwaalt door buurt, praat met bewoners), is dat hier niet het geval. Horse Money bestaat uit een aaneenschakeling van droomachtige, raadselachtige scènes en beelden, de meesten in schemer of in het donker. Waar Ventura in de vorige film door de wijk Fontaìnhas dwaalde, lijkt hij hier te dwalen door zijn eigen geheugen, zijn eigen verleden.

Toch zijn er wel degelijk enkele terugkerende elementen in de film aan te wijzen. Ventura, een stuk fragieler dan in de vorige film en met constant trillende handen, is opgenomen in een ziekenhuis. Hij vertelt de dokter dat hij slechts 19 jaar is, en telkens keert hij terug naar een noodlottige gebeurtenis van 11 maart 1975, de dag dat hij in een messengevecht raakte met een medearbeider. Ventura kwam in het ziekenhuis met 93 hechtingen in zijn hoofd, zijn tegenstander zou nooit meer werken (of overleed zelfs, ook dat is mogelijk). Terugkerende momenten in de film zijn de gesprekken die Ventura voert met zijn tegenstander van toen.

En dan is er Vitalina, een vrouw uit Kaapverdië die probeert een visum voor Portugal te bemachtigen, omdat haar man in Lissabon is overleden. Dat visum komt echter te laat voor de begrafenis. De scène waarin Vitalina haar levensverhaal en dat van haar man vertelt, slechts door het op fluistertoon voorlezen van geboorte-, trouw- en overlijdensaktes behoort tot de meest magische van de film. Ook Vitalina en Ventura komen elkaar op verschillende momenten in de film tegen, en Vitalina waarschuwt Ventura dat hij “op weg naar de vergetelheid” is. Nooit komen we te weten wat echt is en wat niet, of de figuren in de film bestaan of slechts geesten in het hoofd van Ventura zijn.

Maar Horse Money is meer dan het verhaal van één man die verdwaald is in zijn eigen leven. In het midden van de film toont Costa ineens een collage van beelden van personen in armoedige omstandigheden. Het lijken opnieuw de bewoners van Fontaìnhas te zijn, verarmde Kaapverdische immigranten in hun huizen, op hun werkplek of gewoon op de plekken waar zij hun dagelijks leven doorbrengen. Een lied van de Kaapverdische band Os Tubarões – die ook al in Colossal Youth te horen was – over uitbuiting (“shipyards, factories, scaffolds; cheap labour no matter how hard you work”) en het verlangen naar thuis (“One day I’ll go back home, we’ll get to the water”) begeleidt de slechts hier een daar miniem bewegende beelden. Daarmee wordt meteen ook het begin van de film duidelijk: de foto’s van de Deense fotograaf Jacob Riis, die een eeuw geleden in How the Other Half Lives vergelijkbare opnamen maakte van immigranten in sloppenwijken in New York City. Naast een film over een ouder wordende man, lijkt Costa daarmee ook een verhaal over armoede en immigratie te willen vertellen.

De kern van dat verhaal wordt al vrij snel in het begin van de film verteld. Ventura ligt in zijn ziekenhuisbed, omringd door vrienden, kennissen, Kaapverdianen, familieleden. Kort worden hun verhalen verteld, verhalen van verslaving, van waanzin, van ongeluk. Eén van hen is Lento, uit Colossal Youth, een ander is de man van het gevecht. Hij zegt: “We’ll keep on falling from the third floor. We’ll keep on being severed by the machines. Our head and lungs will still hurt the same… We’ll be burned… We’ll go crazy. It’s all the mould in the walls of our houses… We have always lived and we will always die like this. It’s our sickness.” Deze scène wijst vooruit naar een latere scène in de film, waarin Ventura in een verlaten fabriek zijn petekind Benvindo tegenkomt, die hem vertelt over het ongeluk dat hij in die fabriek heeft gehad, en waarom hij na 20 jaar nog steeds op zijn laatste salaris wacht.

Keer op keer komen zo in de film verhalen van uitbuiting en ongeluk terug. Verhalen van vergeten mensen, verhalen van mensen die achtergebleven zijn in het verleden: voor Ventura is het nog steeds 1975, voor Vitalina 2013, het jaar dat haar man overleed. Of zij ooit los kunnen komen van het verleden is nog maar de vraag: in de laatste scène van de film zien we een close-up van een aantal messen in een etalage, in het winkelraam de weerspiegeling van Ventura’s voeten. Het verleden lijkt te zwaar op deze personages te rusten om er ooit aan te kunnen ontsnappen.

Net als Colossal Youth is Horse Money geen eenvoudige film, bij vlagen is de opeenvolging van beelden die Costa zelfs onbegrijpelijk. Toch wordt het geduld dat de film van de kijker vraagt beloond; ondanks zijn pessimisme is Horse Money wonderschoon.

Pedro Costa. Horse Money. 2014. 104 minuten.