De film Import/Export (2007) van de Oostenrijkse regisseur Ulrich Seidl is geen film die je gezellig met de hele familie gaat kijken. Hard, compromisloos en niet zonder ranzige details toont Seidl de verhalen van twee mensen die huis en haard verlaten op zoek naar een beter leven elders. Hoewel er aan het eind van de film een klein beetje hoop lijkt te ontstaan, is de boodschap die Seidl erin hamert toch eerder van het soort “pijn en vernedering zijn overal en het gras bij de buren is zo mogelijk nog minder groen dan thuis.”

Import/Export vertelt de verhalen van Olga en Paul. De Oekraiënse Olga (Ekateryna Rak) is verpleegster in babyziekenhuis en klust daarnaast wat bij in de internetpornografie. Ze woont met haar kleine kindje in een betonnen flat in een buitenwijk van een anonieme Oekraïense provinciestad. Eigenlijk wil ze maar één ding: weg. Paul (Paul Hofmann) woont in Wenen en is zo iemand die als hij moet kiezen tussen zijn vriendin en zijn hond, kiest voor de hond. Hij werkt als niet bijster succesvolle bewaker in een winkelcentrum: op een avond wordt hij door een groepje jongeren overmeesterd en halfnaakt in de parkeergarage achtergelaten. Hij raakt zijn baan kwijt, komt niet aan nieuw werk en heeft bovendien her en der schulden die hij niet kan afbetalen. Olga vertrekt naar Wenen, terwijl Paul juist richten het oosten gaat samen met zijn stiefvader Michael (Michael Thomas), die het briljante plan heeft opgevat in Oekraïne gokkasten en kauwgomballenautomaten te installeren. Hun verhalen lopen in die zin parallel, maar nooit ontmoeten ze elkaar.

Olga werkt in Wenen als schoonmaakster en au pair, maar wordt als weinig meer dan oud vuil behandeld. Uiteindelijk vind ze werk als schoonmaakster in een ziekenhuis voor demente ouderen. Als ze contact maakt met één van de patiënten wordt haar dat onmiddellijk verboden. “Ik was verpleegster in Oekraïne” vertelt ze tegen de chagrijnige hoofdzuster, “Ja, in Oekraïne misschien, hier ben je gewoon de schoonmaakster.”

Paul en Michael installeren op hun beurt kauwgomballen automaten in flats in anonieme buitenwijken in Slowakije. Vooral Michael ontwikkelt zich al snel tot een onuitstaanbaar figuur die denkt dat hij als rijke Westerling wel elke Oost-Europese het vrouw het bed in kan praten. Eenmaal in Oekraïne wordt dat alleen maar erger. Paul blijft vooral zijn nogal sukkelige zelf. Het dieptepunt wordt bereikt in de scène waarin Michael op een hotelkamer een prostituee vernedert en haar onder andere als een hond aan haar haren door de kamer meevoert. Uiteindelijk wordt dat zelfs Paul te veel en besluit hij alleen verder te reizen.

Import/Export is tweeënhalf uur lang geen vrolijke film. Seidl toont armoede, prostitutie, uitbuiting, ouderdom en ziekte en de onaangename kanten van economische migratie. Hij heeft daarbij de neiging om toch al ongemakkelijke scènes net iets te lang te laten duren.

Keer op keer wordt benadrukt hoe de economische verschillen tussen West- en Oost-Europa ook het gedrag van mensen beïnvloed: aan de ene kant Michael die de mensen om hem heen louter instrumenteel, als stukken vlees behandeld; anderzijds Olga, die de ene na de andere vernedering ondergaat, paradoxaal genoeg in de hoop daardoor een beter leven op te bouwen. Ook Paul bevindt zich aan de rand van de samenleving: werkeloos, met schulden, door zijn stiefvader meegesleept in een heilloos avontuur. De film benadrukt daarmee keer op keer hoe sommige mensen bijna vanzelfsprekend als een minder soort mens behandeld kunnen worden. Ze worden uitgebuit en als het ware ontmenselijkt door de economische verhoudingen. Dat Olga een leven als schoonmaakster in het Wenen verkiest boven het leven als verpleegster in Oekraïne is tekenend voor de ongelijkheid die Seidl in de film thematiseert.

Ook de ruimtes waarin de film zich afspeelt zijn vrijwel allemaal koud, leeg en functioneel en kaal: winderige buitenwijken vol met anonieme flatgebouwen, de steriele gangen van het ziekenhuis waar Olga werkt, of de treurige kroegen waar Michael meisjes probeert op te pikken. Stuk voor stuk lijken ook de ruimtes ontdaan te zijn enige menselijke invloed, waardoor ook het decor van de film bijdraagt aan de algehele misantropie van de film.

Toch schuilt de ongemakkelijkheid van de film niet alleen in de ontmenselijkte wereld die wordt getoond. Zoals in meer films van Seidl is de grens tussen fictie en werkelijkheid ook in deze film nogal diffuus. Als kijker weet je nooit zeker wanneer je naar acteurs kijkt of naar echte mensen. De scènes met demente ouderen in het ziekenhuis zijn in een echt ziekenhuis opgenomen: de bejaarden zijn geen acteurs, maar daadwerkelijke patiënten met vergevorderde dementie. De vraag is in hoeverre zij ervan op de hoogte zijn dat ze meespelen in een film en dat er op een bioscoopscherm naar hen gekeken wordt. Het meest verontrustend in dat opzicht is de scène waarin een aantal patiënten geschminkt en compleet met feestmutsjes op vanwege een zaalfeest op stoeltjes voor zich uit zitten te staren. Ze worden als poppen getoond aan het publiek. Het is alsof Seidl ook hier de ontmenselijking er met een hamer in wil slaan. Dat maakt het kijken naar deze film een nogal voyeuristische bezigheid en roept de vraag op waarom we hier naar kijken. Waarom wil ik zien hoe mensen tot objecten gemaakt worden?

Toch is niet alles kommer en kwel. Hoewel klein, biedt Seidl degelijk sprankjes hoop. Olga slaagt er uiteindelijk in een broos contact te leggen met Erich, één van de patiënten. De scène waarin ze in het geniep dansen in een kelder in het ziekenhuis is van een ontroerende schoonheid. Twee verloren personen die elkaar – althans tijdelijk – even gevonden lijken te hebben. Kort daarop sterft Erich aan een hartaanval en wordt Olga op het zaalfeest aangevallen door de hoofdzuster, jaloers op de aandacht die Olga van een mannelijke collega ontvangt. Het lot van Paul blijft uiteindelijk ongewis. Nadat hij Michael heeft achtergelaten probeert hij vergeefs werk te zoeken op een markt ergens in Oekraïne. We zien hem voor het laatst liftend langs een weg lopen. Op zoek naar een betere wereld? Elders?

Ulrich Seidl. Import/Export. 2007