Het leven en werk van de gemiddelde DT&V-medewerker (de Dienst Terugkeer en Vertrek) van het Ministerie van Veiligheid en Justitie gaat niet over rozen. Zoveel wordt wel duidelijk uit de in eigen beheer gepubliceerde bundel Dan zet je ze toch gewoon uit (2013), waarin acht verhalen van DT&V-medewerkers zijn opgenomen.

Doordat de verschillende medewerkers anoniem worden gelaten, krijgen hun verhalen een welhaast universeel karakter. Een sprookjesachtig tintje krijgen de verhalen dan weer door de fantasienamen die de verschillende herkomstlanden van de vluchtelingen hebben meegekregen: Udongo! Guadec! Zamunda! Pumolia! Het is alsof Ali Baba op elk moment om de hoek kan komen kijken…

De medewerkers van de DT&V zijn belast met het laten vertrekken van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijfsrecht in Nederland. Vertrekken kan vrijwillig of gedwongen, maar is in alle gevallen problematisch. Het lastigst zijn die vreemdelingen die weigeren de juiste identiteit op te geven. Of vreemdelingen die, zodra uitzetting dreigt, snel een nieuwe asielaanvraag doen zodat zij weer – even – rechtmatig verblijf hebben. En dan zijn daar nog de vreemdelingen die vanwege hun fysieke of mentale gesteldheid moeilijk kunnen vertrekken. De helden van de DT&V weten echter in vrijwel alle gevallen deze moeilijkheden glansrijk te overkomen om zo vertrek alsnog mogelijk te maken.

Zo is daar John Johnson uit Udongo, die bij hoog en laag blijft beweren dat hij Ian Smith uit Zamunda is. Hij kan pas na een proces van tweeënhalf jaar, na vele aanvragen voor reisdocumenten bij ambassades, afgewezen asielaanvragen en één mislukte uitzetting, door de doortastendheid van de DT&V-medewerker succesvol terugkeren naar Udongo. Of het verhaal van Charles Diamond, die al sinds 1995 in Nederland is en ondertussen een overlast veroorzakende crimineel is geworden. Deze “veelpleger van het eerste uur” kan uiteindelijk succesvol naar Magandi worden uitgezet door het contact dat de DT&V-medewerker met een oom in Magandi heeft die hem de geboorteakte van Charles doet toekomen, en na schimmige dealtjes met de Magandise immigratiedienst op het vliegveld.

Het meest inventief te werk gaat de medewerker die we leren kennen in het verhaal “De Westelijke Woestijn.” Centraal staat de weigerachtige familie Raapas, die volhoudt uit de Westelijke Woestijn te komen. De medewerker weet echter beter: de familie komt uit Rosonië. Contacten met de Rosonische ambassade blijven echter vruchteloos, en ook de ambassade van Concreto werkt niet mee. De familie blijkt zo niet uitzetbaar. Oplossing biedt echter het contact dat de medewerker via de man van een collega weet te leggen met ene Lucas Louares, die toevallig in de supermarkt bleek rond te lopen. En wat blijkt: deze Louares kent de familie Raapas nog uit Rosonië! Hoewel Louares later weer ontkent de familie Raapas ooit ontmoet te hebben, is het voor de DT&V-medewerker nu helder. Hij laat vader Ben Raapas in vreemdelingendetentie plaatsen en verzoekt een laatste maal de rest van de familie uit te zetten. Dat blijft vruchteloos: ze worden op straat gezet. De noeste arbeid van de medewerker lijkt zo zonder resultaat te blijven, maar niets is minder waar. De leugenachtige Ben Raapas heeft in vreemdelingendetentie inmiddels ingezien dat het beter is te vertrekken dan in Nederland te blijven, en vertrekt op eigen houtje naar Rosonië. En de rest van de familie? “Waar zijn echtgenote en kinderen zijn gebleven dat vertelt het verhaal niet, maar vermoedelijk zijn ze Ben Raapas achterna gegaan.” Eind goed, al goed.

Ten slotte is er nog het verhaal van de medewerker die Mohammed met succes terug wist te sturen naar Irghiz. Mohammed is een moeilijk geval, hij is meerdere malen veroordeeld en heeft een strafblad vol met delicten als moord en doodslag. Hij is “buitengewoon gevaarlijk, zeer gestoord” en vertoont “niet in te schatten opkomend agressief gedrag naar personeel of mede gevangenen.” Nadat Mohammed zijn straf heeft uitgezeten en als ongewenst vreemdeling in vreemdelingenbewaring terechtkomt, ziet de DT&V-medewerker van dienst al snel dat er voor Mohammed maar één oplossing: terug naar zijn thuisland. In een gesprek blijkt dat Mohammed geestelijk niet helemaal in orde is. Zo vertelt hij betrokken te zijn geweest bij de aanslagen van 11 september, getrouwd te zijn met Beyoncé en naar Amerika wil verhuizen. De DT&V-medewerker is echter niet voor één gat te vangen:

Ik luister en realiseer me dat door zijn persoonlijkheidsstoornis het erg moeilijk wordt om hem te laten terugkeren naar huis. Desondanks vertel ik Mohammed dat hij toch niet in Nederland mag blijven. Dit is voor Mohammed de spreekwoordelijke druppel. Hij gaat volledig door het lint. Hij begint te schelden en te dreigen. Een geluk voor mij is dat hij handboeien om heeft en er genoeg collega’s van de Dienst Justitiële Inrichtingen aanwezig zijn.

Nadat een dokter heeft geadviseerd dat Mohammed best terug kan als hij bij thuiskomst maar meteen in een psychiatrisch ziekenhuis wordt opgenomen gaan de dingen snel. Mohammed wordt na een aantal maanden uitgezet en in Irghiz “zonder problemen opgenomen in het ziekenhuis.” En dan? Het wonder geschiedt:

Dit heeft een zeer positief effect op Mohammed, want de volgende dag al konden de handboeien en de helm af. En enkele weken later is Mohammed zo goed hersteld dat hij weer thuis woont.

Het snelle herstel van Mohammed bij terugkeer roept de vraag op waar we zijn problemen precies moeten zoeken. Misschien niet (alleen) bij Mohammed, maar in het systeem waar hij al zo lang aan is onderworpen?

In het stemmige voorwoord bij deze bundel – het enige stuk waarvan we de auteur kennen: mr. dr. R.K. Visser, Directeur-Generaal Vreemdelingenzaken – wordt de vinger op de zere plek gelegd. Visser stelt: “Het gaat om mensen; mensen die niet langer in ons land mogen blijven” Hoewel hij onderkent dat ook deze mensen met respect behandeld moeten worden, blijven ze toch vooral alleen dat: mensen die terug moeten keren. Het zijn de DT&V-medewerkers die wel wat meer in de aandacht mogen staan: hun bijzondere houding, de maatschappelijke relevantie van hun werk, en bovenal de moeilijkheden die zij dagelijks ondervinden bij het uitoefenen van hun beroep. “Ook zij verdienen ons bijzonder respect,” concludeert Visser. Je kunt je daarbij afvragen of niet dat juist het probleem is: dat deze bundel een systeem voorstaat waarin we meer respect en sympathie moeten opbrengen voor de uitzetters, dan voor Ben Raapas en zijn familie, John Johnson, Charles Diamond en Mohammed zelf.

Dan zet je ze toch gewoon uit is hier te vinden: https://www.dienstterugkeerenvertrek.nl/Terugkeer_en_vertrek/de_praktijk/

Advertenties